vrijdag 31 mei 2013

Rabobank regeltjes

Regeltjes

Zoals een aantal waarschijnlijk al weten, samen met vijf anderen hebben wij de Creative Cooperation opgericht. Een coöperatie. Waarbij we duidelijk géén grenzen hebben gesteld aan hetgeen de coóperatie gaat doen. Het principe van de coöperatie is dat de leden van de coöperatie elkaar kunnen aanvullen en helpen, en op die manier méér kunnen bieden dan het totaal van wat de leden individueel kunnen bieden. De coöperatie biedt dus meerwaarde, en het hele businessmodel van onze coöperatie is erop gebaseerd dat een deel van die meerwaarde toegekend wordt aan de coöperatie en gebruikt kan worden om als coöperatie leden of aspirant leden te helpen hun business te verbeteren. Lijkt mij vrij helder.

Maar goed. Ook als coöperatie heb je een bankrekening nodig. Al was het maar om de contributie van de leden op te kunnen zetten en kleine uitgaven te doen voor vergaderingen en dergelijke.

Dus op bezoek gegaan bij de Rabobank in Almere. Omdt de coöperatie een bedrijf is, moest dat natuurlijk wel via het zakelijke loket. Dat is niet aanwezig in het gebouw zelf, maar gelukkig kon ik alle gegevens daar wel laten kopieren en opnemen in de aanvraag. En dus moest alles (de staturen, inschrijving KvK, de bestuursleden hun doopceel etc). Nou ja, we hebben zes bestuursleden, dus enige moeite kan ik mij voorstellen. En laten we niet vergeten: we hadden voor de Rabo gekozen omdat deze in basis, tenminste zo presenteert zij zich, ook een coöperatie is.

Omdat er een achterstand was bij de adminstratie van zakelijke rekeningen zou het een paar dagen duren voordat alles geregeld zou zijn, maar volgende week (deze week dus) zou die achterstand ingelopen zijn. Met het volste vertrouwen dat ik afgelopen woensdag of donderdag eindelijk onze rekening zou hebben, ben ik na een uurtje gegevens oplepelen, vertrokken. Waarbij me overigens wel opviel dat het administratieve systeem wat je noemt een geëxplodeerd waterhoofd is waar zelfs de vriendelijke medewerkerster die mij hielp niet goed mee overweg kon en al snel tegen de onmogelijke werking van het programma aan liep. Vast en zeker bedacht door een spreadsheet manager bij de Rabo.

Gisteren, donderdag dus, melde onze voorzitter dat hij gebeld was door Rabobank Almere met het verzoek om stukken te overleggen die nodig waren om de rekening te openen. De statuten, uitreksel KvK, identiteitsbewijzen etc. Hij heeft hem vriendelijk verzocht zijn verlangens op papier te zetten en deze naar hem te mailen, zodat onze voorzitter deze naar mij door kon sturen. Ik begreep de vraag niet, ik was immers een uur bezig geweest om al die gegevens te laten kopieren en aanvullen waar nodig.

Dus vandaag maar eens contact opgenomen met de betreffende medewerker van de Rabo die de vragen gesteld had. Helaas was de man in gesprek en dus kreeg is een andere zeer vriendelijke medewerkerster aan de lijn. Het duurde even maar na het opgeven van mijn verhaal bleek alles al aanwezig te zijn en zij zou het verder regelen met de afdeling Zakelijke rekeningen.

Na een uur werd ik gebeld door deze afdeling. Met excuses voor de miscommuncatie, volgens hem was er sprake van een verkeerd ingevoerde geboortedatum (vreemd: ik zat erbij toen die ingevoerd werd en dat was echt de juiste). Maar goed, kan gebeuren. Hij ging het verder in orde maken, maar had nog wel aanvullende informatie nodig.

Dat betrof de vraag welke markt of welke doelgroep de coöperatie beoogde. Nou, niets specifiek dus. Iedere ondernemer, onderneming, bedrijf, instelling die denkt dat de coöperatie voor hen toegevoegde waarde heeft, kan zich aanmelden. We richten ons niet specifiek op iets. Hij begreep het niet. ‘Jullie hebben toch wel een doelgroep?’. Nee dus. En ik heb hem geprobeerd uit te leggen wat wij met de coöperatie beogen. Hij ging het overleggen met anderen en zou erop terugkomen.

Na ruim een uur belt hij terug: ‘Ik moet toch echt weten wie jullie doelgroep is en welke activiteiten jullie gaan ontplooien’, zo begon hij. Ik wil een rekening openen, geen krediet krijgen. Waar gaat dit over? Ik snapte er niets van. Dus stelde ik de vraag ‘waarom hebben jullie dit nodig? Ik wil alleen maar een rekening openen. Jullie hebben de statuten, de inschrijving van de KvK, dat moet toch voldoende zijn?’. En daar kwam de aap uit de mouw. Nee, volgens de regels van de Rabo (jawel, de Rabo algemeen) mogen geen bedrijfsrekeningen toegekend worden aan bedrijven die ‘kritische’ bedrijfsdoelen of activiteiten hebben. Daaronder vallen: financiele dienstverlening (kredietverstrekking), bedrijven die in onroerend goed handelen, bedrijven die in kunst handelen en nog wat andere.

En had onze voorzitter aan de telefoon niet aangegeven dat de Creative Cooperation de creatieve sector, Kunst dus, wil helpen. En is één van de bestuursleden niet Mac3Park, onroerendgoed makelaar?

U begrijpt, ik was het helemaal zat. Ik had het op dat moment volledig gehad met de Rabo en deze volstrekte onzin. We gaan wel naar de Triodos bank. Duurzaam. En eigenlijk nog veel beter passend bij de principes van onze coöperatie. De Rabo en Rabobank Almere in het bijzonder hebben vandaag wel bewezen dat zij geen bank voor ondernemend Nederland willen zijn.

dinsdag 22 januari 2013

De Fyra, ik snap het niet

Nu met alle commotie rond het haperen van de Ansaldo Breda treinstellen voor de hogsnelheidsverbinding Amsterdam - Brussel, in de volksmond ook wel Fyra genoemd, blijkt de NS geen dienstregeling meer te kunnen onderhouden op dit traject. Met veel pijn en moeite wordt gekeken of er een intercity verbinding tot stand gebracht kan worden die van het gewone traject gebruik gaat maken. En eerlijk gezegd, ik snap daar helemaal niets van.

Tot en met december, toen nog niet met de Ansaldo treinstellen werd gereden, maar met de Traxx locomotieven van Bombardier-ADTranz en luxe wagons, functioneerde het project Fyra immers goed. Deze treinen reden snel en comfortabel over het hogesnelheidstraject en met een meerprijs konden reizigers daar gebruik van maken. Ik heb zelf twee maal van deze Fyra dienst gebruik gemaakt.

Ik begrijp dat dit, laten we het maar de TRAXX trein noemen, tijdelijke, mogelijk gehuurde locomotieven en wagons waren en dat het huurcontract (wat al verlengd was door de veel te late levering van de Ansaldo treinstellen) beëindigd is op het moment dat de Ansaldo in gebruik is genomen.

Maar daarmee zijn de TRAXX treinen niet opgelost in het niets of spoorloos verdwenen. Ze staan nog ergens, waarschijnlijk ongebruikt, te wachten totdat ze ergens opnieuw ingezet kunnen worden.

Wat ik dus niet snap is dat niet gewoon teruggegrepen wordt op deze TRAXX treinen zolang de Ansaldo's niet goed functioneren. Goed, het kost wat extra, er zal immers weer een (hogere) huurprijs voor betaald moeten worden, maar die kosten kunnen gewoon verhaald worden op de fabrikant van de Ansaldo's. Die leveren een wanprestatie en er is geen rechtbank in Europa die de extra kosten die een afnemer moet maken om de gevolgen van wanprestatie door een leverancier, niet aan de leverancier zal toekennen.

Het lijkt me dat deze stap heel snel gemaakt kan worden en dat binnen een paar dagen die TRAXX treinen weer gewoon op het hogesnelheidstraject kunnen rijden: de machinisten ervoor zijn er (ze hebben er immers al mee gereden), en de treinen zelf zijn voorhanden (in Duitsland) of zelfs nog hier in Nederland als ze nog niet retour gezonden zijn). Dus wat is het probleem?

Ik snap het niet. Wie het wel snapt mag het me zeggen!

maandag 17 december 2012

Uit de duisternis neergedaald

Dit is niet de eerste recensie noch de enige. Clemens vanBrunschot heeft al een 10-tal recensies op zijn site geplaatst waar ik het mee eens ben. Ik hoef hetgeen al geschreven is daarom niet te herhalen. Laat ik vermelden dat ik het een spannend boek vind, de materie erg interessant, het geschetste karakter van iemand die aan schizofrenie leidt herkenbaar vind, de stijl van schrijven gewoon erg goed.

Zoals uit de andere recensies wel duidelijk zal zijn, is het thema de tweestrijd tussen Wijkel en Stauf om te bepalen of er al dan niet een God bestaat. Een God, zoals wij, de ‘normale’ mensen, ons die voorstellen. De aanpak van Clemens om als personage daartoe juist iemand te nemen die meerdere werkelijkheden kent en als vader een godsdienstfanaat had maakt dit een sterk thema.

zaterdag 1 december 2012

Presteren onderwijs instellingen

Het was overal te lezen en te horen: "onderzoek" heeft uitgewezen dat grotere onderwijs instellingen 'beter' presteren dan kleinere onderwijsinstellingen. Aldus vastgesteld door de onderwijsinspectie. En nu het journaille van RTL de verslagen van de onderwijsinspectie hebben uitgeplozen, komt het uitgebreid in het nieuws.

Waarom kan ik hier niets mee? Simpel: omdat de bron van deze informatie de rapporten van onderwijsinspecteurs zijn. Dat zijn dezelfden die wilde voorkomen dat Laura Dekker de wereld rond ging varen, die nog steeds geen oplossing hebben voor de hoogbegaafde tweeling Enrique en Hugo om ze op een school geplaatst te krijgen, de instantie die ook de kleine, op Sudbury principes gestoelde scholen wil sluiten. De inspectie die dezelfde regels volgt als die waarvoor de CITO toetsten opgesteld worden, waar vragen instaan die echt doordenkende creatieve geesten per definitie niet volgens de normen van de onderwijsinspectie zullen beantwoorden. Zie ook de prachtige TEDx sessie van Claire Boonstra die dit nog eens goed duidelijk maakt.

De onderwijsinspectie controleert en bewaakt niet de kwaliteit van het onderwijs, maar de kwantiteit. Wat ze bewaken is of het voldoet aan de regels, processen en procedures die opgesteld zijn door regelgevers, managers en wetenschappers die geen benul hebben van wat 'onderwijs' inhoudelijk zou moeten zijn. Die bovendien de fout maken (zoals de meesten overigens) om Kwaliteit te verwarren met kwantiteit.

Kwaliteit is ondefinieerbaar en daardoor niet meetbaar. Er kan geen cijfer aan gegeven worden (dat is kwanitficeren) en er kan geen objectief waardeoordeel over uitgesproken worden. Kwaliteit kan zich uiten in het vermogen van de leerlingen na de opleiding om creatief en innovatief te zijn, om zich met passie in een beroep te kunnen begeven, om de innerlijke 'drive' te hebben om in hun talentgebied vakmensen te worden. Het kan zijn het vermogen van de kinderen om zelfstandig en verantwoordelijk te kunnen samen leven en werken met anderen. Maar Kwaliteit kan ook de beleving zijn van de ouders van de kinderen die een subjectieve gedachte hebben over wat 'onderwijs' voor hun kinderen zou moeten inhouden. Wat er ook bedoeld wordt met de Kwaliteit, het wordt niet aangetoond in kille cijfers, in rapporten en of er voldoende parate kennis aanwezig is. Dat is kwantiteit. Hoewel het voor veel zaken handig is om die kennis en kunde te hebben die geleerd wordt, het verschil tussen hoe de kinderen later in het leven staan, gelukkig of niet, wordt gemaakt door Kwaliteit.

Ik ben nog steeds van mending dat het hele onderwijssysteem zoals vormgegeven door de onderwijsinspectie, in essentie opleidt tot de middelmaat, de grootste gemene deler. De echte goede leerlingen slagen vrijwel nooit: daarvoor denken ze te veel buiten de gebaande paden en weigeren het algemeen geaccepteerde voor lief te nemen. Kijk maar naar het filmpje van Claire Boonstra: wie niet denkt volgens de gebaande wegen, slaagt niet eens voor de Cito toets. En dus hebben meer dan gemiddeld begaafden een probleem want hun instelling resulteert meestal niet in goede cijfers, demotivatie voor scholing en daardoor uiteindelijk het niet behalen van het diploma. Alleen de middelmaat slaagt: zij die netjes de feiten leren, de accepteren wat hen geleerd wordt en zonder veel discussie dit als waar aannemen. Het wordt wel eens aangeduid als 'de zesjes of zeventjes cultuur'. De echte 'tienen' vallen buiten de boot.

De echte goede leerlingen zitten vaak achterin, en zijn snel verveeld door hetgeen ze 'geleerd' wordt, niet omdat ze de stof niet snappen of niet begrijpen, niet omdat ze niet willen, maar omdat ze zich continue afvragen wat ze er mee moeten en in gedachten veel verder zijn dan hetgeen geleerd wordt. Deze leerlingen proberen te stoppen in het maatpak van 'gereguleerd onderwijs' is bewust de talenten die deze groep heeft, negeren en proberen in te dammen. Terwijl dit juist de groep met de meeste potentie is. Sudbury scholen gaan tenminste uit van de talenten van de individuele leerlingen, wat feitelijk een betere benadering is.

Je zou dus met net zoveel recht kunnen concluderen dat wat uit het onderzoek eigenlijk naar voren komt, is dat grote instellingen goed opleiden voor de middelmaat, en kleinere instellingen voor creatieve en innovatieve mensen, die meer kwaliteit hebben dat het grijze gemiddelde. Dat zal niet helemaal zo zijn. Natuurlijk zijn er bij grote instellingen ook best goede opleiders. Maar het is in ieder geval één bedenking tegen dit soort 'nieuwsfeiten'.

Er zijn nog andere bedenkingen: in het journaal werden twee scholen vergeleken, één in Brabant en één in Amsterdam. De laatste is de kleine school. Maar die staat wel in Amsterdam, wat demografisch gezien toch wel iets anders is dan een school in Tilburg. Lees de open brief die Maja Mischke aan de Pieter Hilhorst, de nieuwe wethouder in Amsterdam, schreef over 'zwarte' en 'witte' scholen en het zal duidelijk zijn dat instellingen die in de eerstegenoemde gebieden staan in ons systeem vrijwel per definitie slechter zullen scoren. Dat is in het onderzoek niet meegenomen.

Een kleine kanttekening is op zijn plaats: kleinschaligheid is per definitie beter in staat 'Kwaliteit'te leveren dan grootschaligheid omdat er een persoonlijke relatie is tussen de aanbieder en afnemer. Dat geeft een 'kwaliteitsbeleving'. Het grote voorbeeld daarvan is Buurtzorg: als binnen een zelfstandig team een dossier besproken wordt dat niet bij ieder teamlid bekend is, wordt het tijd voor een nieuw team. Dat houdt de Kwaliteit in stand. Bij scholen werkt dat net zo. Maar uiteraard is het mogelijk om een verzameling zelfstandig werkende scholen onder één 'paraplu' onder te brengen waarbij deze paraplu alleen dienstbaar is ten aanzien van de zelfsturende scholen die eronder samengebracht zijn. Zo werkt Buurtzorg ook. Zolang de paraplu alleen dienstbaar is, kan je op deze manier zeer goed een grote omvang hebben, en toch de Kwaliteit van kleinschaligheid bieden. Het voordeel van zo'n overkoepelende paraplu is uiteraard dat de echte 'backoffice' taken efficient en goedkoop uitgevoerd kunnen worden. Deze onderbrengen bij de zelfsturende onderliggende eenheden zou kostenverhogend werken. Kleine zelfstandige scholen hebben hier door de teruglopende budgetten uiteraard meer last van. Echter in de praktijk zijn dit soort 'paraplu' instanties niet alleen dienstbaar maar sturend en dwingend naar de onderliggende eenheden. Hoewel het kostenvoordeel dan blijft, neemt de Kwaliteit dan af. Toename in Kwantiteit is vrijwel per definitie afname in Kwaliteit.

Kijk ook eens naar onderstaand video over het opleidingssysteem, dan begrijpt u misschien beter wat ik hier heb geprobeerd aan te geven:


Kortom: dit is weer een goed voorbeeld van hoever de 'versloddering' of  'verstapelisering' in onze maatschappij is doorgevoerd. De berichtgeving mist de nodige nuance en kritiek.


vrijdag 30 november 2012

Hein Albeda: Pleidooi voor amateurisme

Hein Albeda: Pleidooi voor amateurisme: Hoe moet de overheid ooit bevorderen dat buurten door bewoners in zelfwerkzaamheid beheerd worden? Het vraagt ruimte voor fouten en amateur...